Dit artikel behandelt probleemoplossing voor gangbare benzinegrasmaaiers
Slechte motorloop of startproblemen kunnen het gevolg zijn van een onjuist olieniveau, slechte brandstof en/of een slecht bougie.
Olie
- Het olieniveau moet precies tussen minimum en maximum staan!
De grasmaaier is fabrieksmatig gestart en getest en is voor verzending leeggepompt van olie. Er kan dus nog wel een beetje olie in de motor achtergebleven zijn. Bij het bijvullen moet het olieniveau daarom regelmatig gecontroleerd worden om overvuld olie te voorkomen.
Brandstof en carburateur
- De brandstof moet verse benzine zijn, octaan 95.
- Als de grasmaaier gedurende de winter met brandstof in de tank heeft gestaan, moet deze worden vervangen omdat er condenswater in de brandstof ontstaat. Dit geldt ook voor de carburateur.
- Ontlucht daarom de carburateur door het kleine 10 mm boutje onderaan de carburateur los te draaien. Er komt dan een klein straaltje brandstof uit. Zodra dit na ongeveer 5 seconden afneemt, draai je het boutje weer vast.
- Zorg dat je papier klaar hebt om benzine op te vangen. Er zitten twee kleine bouten; de ontluchting gebeurt bij de bout die iets schuin uitsteekt (rode ring), niet bij de bout die recht onderaan zit.
- Sommige grasmaaiers hebben een zogenaamde “primerknop” op de carburateur. Deze knop moet 3-5 keer worden ingedrukt voordat een startpoging wordt gedaan. Je voelt duidelijk wanneer er benzine bij de primerknop komt. Zodra dit voelbaar is, is de machine klaar voor een startpoging.
- Sommige grasmaaiers hebben een benzinekraan tussen de brandstoftank en de carburateur. Let erop of deze kraan open of dicht staat. Er zit een label dat aangeeft in welke stand de kraan moet staan om brandstoftoevoer te geven.
Luchtfilter
Het luchtfilter moet regelmatig worden schoongemaakt; verwijder vuil en stof. Controleer of het correct geplaatst is. Een verkeerd geplaatst luchtfilter kan zorgen voor een onregelmatige motorloop.
Bougie
- De bougie mag aan de punt niet zwart zijn. Dan is hij defect en vervuild met roet. We raden aan deze elk seizoen te vervangen. Dit valt echter niet onder de garantie.
- Let er goed op dat de bougiekap correct vastzit rond de bougie, zowel bij het vervangen van de bougie als bij startproblemen. De bougiekap kan losgeraakt zijn.
Choke en kabels
De chokefunctie moet bij elke start correct worden gebruikt, anders loop je het risico de bougie te verbranden. Bij het starten moet de chokehendel op “Open” of “/” staan. Zodra de machine start, draai je de hendel naar “dicht” of “—”.
- Onjuist gebruik van de choke is duidelijk te zien aan de bougie. De bougie valt NIET onder garantie.
- De bougie kan worden schoongemaakt van roet, maar er is geen garantie dat dit het probleem oplost.
- Er lopen kabels langs de zijkanten, respectievelijk voor de zelfrijdfunctie en het veiligheidshandvat. Als de machine niet start of de zelfrijdfunctie niet werkt, probeer dan de metalen verbindingen in het midden van het stuur/kabel te draaien. Draai ze ongeveer een halve slag.
Snelle checklist:
- Olieniveau - Zorg dat de olie precies tussen MIN en MAX staat. Te veel of te weinig olie kan starten verhinderen
- Brandstof - Gebruik verse benzine (octaan 95). Vervang oude brandstof, vooral na de winter.
- Carburateur - Ontlucht de carburateur door het kleine schuine boutje onder de carburateur ongeveer 5 seconden los te draaien.
- Bougie - Controleer of de bougie roet of zwart is. Reinig of vervang deze en zorg dat de kap goed vastzit.
- Choke - Gebruik de choke correct: open bij koude start en dicht zodra de motor loopt.
- Kabels - Controleer of het veiligheidshandvat volledig ingedrukt wordt gehouden en dat de kabels niet los zitten. Draai de metalen verbindingen een halve slag om ze strakker te maken.
Als alles hierboven gecontroleerd is en de machine werkt nog steeds niet, neem dan gerust contact met ons op via ons contactformulier hier.
Gerelateerd aan: